Pleidooi van een rebel
“Er zijn momenten in de geschiedenis waarop de mensheid een ingrijpende schok nodig heeft: een fundamentele omwenteling die de bestaande maatschappelijke orde tot in haar kern doet wankelen. In zulke tijden dringt tot ieder weldenkend mens door dat de huidige situatie onhoudbaar is. Grote gebeurtenissen – ongeacht hun aard – moeten de loop van de geschiedenis abrupt doorbreken, de samenleving losrukken uit haar verstarde patronen en haar dwingen nieuwe wegen in te slaan. Alleen door het onbekende te betreden en nieuwe idealen na te streven, kan vooruitgang worden geboekt. Daarom is een diepgaande en compromisloze revolutie noodzakelijk.
De economische structuren die zijn gebaseerd op uitbuiting en bedrog moeten fundamenteel worden hervormd. Ook de politieke instituties, waarin een kleine elite haar macht heeft verworven en behouden door middel van manipulatie, misleiding en geweld, dienen plaats te maken voor een rechtvaardiger systeem. Maar daarmee is de verandering nog niet voltooid. Evenzeer moeten het intellectuele en morele fundament van de samenleving grondig worden vernieuwd.
Er is behoefte aan een hernieuwde bezieling, gedragen door verheven idealen, morele moed en de bereidheid tot zelfopoffering, als tegenwicht voor de bekrompen burgerlijke belangen die het maatschappelijke leven domineren. Wanneer zelfgenoegzame middelmatigheid afwijkende stemmen het zwijgen oplegt, wanneer de oppervlakkige moraal van het zogenoemde ‘juiste midden’ de norm wordt en moreel verval de overhand krijgt, is een revolutie geen keuze meer, maar een historische noodzaak.”
Oproep voor radicale verandering
Bovenstaande tekst was de opening van een artikel in een vooraanstaand opinieblad. Het artikel ging in op de steeds groter wordende kloof tussen (heel) arm en (heel) rijk, over de klimaatramp waar we al in verzeild geraakt zijn, het failliet van onze representatieve democratie en de opkomst van autoritaire en graaiende leiders.
Conclusie van het artikel was dat alleen via een nietsontziende revolutie de huidige structuren eerst moeten worden afgebroken en vernietigd voordat er ruimte kan worden gemaakt om de zaak opnieuw met elkaar op te bouwen; niet uit de brokstukken van het oude, maar vanuit nieuw materiaal, nieuwe bouwstenen.
Nieuwe bouwstenen voor onze moraliteit ten opzichte van onze planeet, nieuwe bouwstenen voor de manier waarop we als mensen samen leven en onze planeet gebruiken, nieuwe bouwstenen voor de sociale en maatschappelijke structuren om het met elkaar leefbaar te houden.
Helaas, helaas. Bovenstaande tekst was niet de opening van het geschetste artikel. Ik heb gejokt. De tekst had de inleiding van een dergelijk artikel kunnen zijn, maar was het niet. De tekst komt uit de periode rond 1880 en is uit de pen van Pjotr Kropotkin (1842-1921), een Rus, verbannen uit Rusland en neergestreken in Parijs.
Pjotr Kropotkin
Pjtor werd op 9 december 1842 geboren in Moskou in een zeer welgestelde adellijke familie. Zijn vader was prins en bezat grote landgoederen met honderden lijfeigenen. Hij groeide dus op in een bevoorrechte omgeving, maar kreeg al jong twijfels over de grote sociale ongelijkheid die hij om zich heen zag.
Na zijn opleiding koos hij verrassend genoeg niet voor een comfortabele functie aan het hof, maar liet hij zich overplaatsen naar Siberië als officier. In Siberië zag Kropotkin hoe boeren, jagers en dorpsgemeenschappen vaak samenwerkten zonder veel inmenging van de overheid. Dat maakte diepe indruk op hem. Terug in Sint-Petersburg kwam hij in aanraking met socialistische en revolutionaire kringen. Langzamerhand verloor hij zijn vertrouwen in het tsaristische regime en werd meer en meer een aanhanger van het anarchisme.
In 1874 werd hij gearresteerd wegens zijn politieke activiteiten. Na twee jaar gevangenschap wist hij in 1876 op spectaculaire wijze te ontsnappen. Deze ontsnapping maakte hem in revolutionaire kringen bijna legendarisch. Hij kwam in Parijs terecht. In de periode 1879 -1882 publiceerde hij in Frankrijk veel artikelen voor het blad ‘Le Révolté’. Dit waren sterk met anarchisme doorspekte teksten. Dat leidde er toe dat hij in Frankrijk opnieuw gevangen gezet werd (1883–1886), ditmaal vanwege zijn opruiende, anarchistische activiteiten, die ook in Frankrijk tot veel onrust leidden.
Zijn boek ‘De verovering van het brood’ verscheen in 1892 en geldt als een klassieker van het 'anarchistisch communisme'. De centrale boodschap van het boek is dat technologische vooruitgang en collectieve rijkdom voldoende zijn om iedereen een waardig bestaan te bieden, mits de samenleving gebaseerd wordt op solidariteit in plaats van concurrentie en winst.
Hoewel veel van Kropotkins ideeën als utopisch worden beschouwd, heeft het werk grote invloed gehad op anarchistische bewegingen en op discussies over coöperaties, gemeenschappelijk eigendom en alternatieve economische modellen. Het boek wordt nog steeds gelezen als een belangrijke politieke en filosofische tekst, ook door mensen die het niet met zijn conclusies eens zijn.
Met de Russische revolutie in 1917 keerde Pjotr terug naar Moskou. Hij overleed op 8 februari 1921. Zijn begrafenis in Moskou groeide uit tot een massale demonstratie. Tienduizenden mensen namen afscheid van hem. Het was bovendien een van de laatste grote openbare bijeenkomsten van anarchisten in Sovjet-Rusland voordat de bolsjewistische overheid zulke activiteiten vrijwel volledig onderdrukte.
Kropotkin onderscheidt zich van veel andere revolutionaire denkers doordat hij wetenschap en politiek met elkaar probeerde te verbinden. Waar Karl Marx vooral de economische structuren analyseerde, legde Kropotkin de nadruk op vrijwillige samenwerking, lokale gemeenschappen en decentralisatie.
Zijn ideeën hebben invloed gehad op anarchistische bewegingen, coöperaties, ecologische denkers en moderne discussies over commons, zelfbestuur en wederzijdse hulp. Hoewel zijn ideaal van een staatloze samenleving omstreden blijft, wordt hij algemeen beschouwd als een van de belangrijkste politieke denkers van de negentiende en vroege twintigste eeuw.
Anarchistisch communisme
De kern van Kropotkins politieke filosofie is dat een rechtvaardige samenleving kan functioneren zonder staat, zonder kapitalisme en zonder hiërarchische machtsstructuren. Hij noemde zijn ideaal anarchistisch communisme. Anders dan het woord "anarchie" in het dagelijks taalgebruik suggereert, bedoelde hij daarmee niet chaos, maar een samenleving waarin orde voortkomt uit vrijwillige samenwerking.
En daar zit volgens mij ook meteen de achilleshiel van het hele concept. De mensheid heeft tot nu toe nog niet aan kunnen tonen van harte vrijwillig, altruïstisch met elkaar samen te willen werken, zonder hiërarchische structuur en zonder verdeling van macht. Samenwerken is prima, zolang mijn belang daarmee gediend is.
Het is heel lastig om mentaal de slag te maken dat mijn belang het beste gediend is door het belang van de hele groep te dienen. De mens handelt primair vanuit diens eigenbelang. Dat is in ieder geval de stelling van de Fransman La Rochefoucauld in zijn Maximes (zie het artikel ‘De Burgerlijke Air’). En na hem hebben heel veel denkers deze visie op het menselijk handelen overgenomen.
Kropotkin verwerpt juist het idee dat mensen van nature egoïstisch of agressief zijn. Volgens hem beschikken mensen over een sterk vermogen tot samenwerking, empathie en wederzijdse hulp.
Institutionele dwang is daarom niet de basis van maatschappelijke orde; die orde kan ook ontstaan uit vrijwillige samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. Maar daarvoor zijn volgens Kropotkin wel een aantal spelregels voor de samenleving nodig. Ik noem de drie belangrijkste, en meest omstreden:
1. Afschaffing van de staat
Kropotkin zag de staat niet als een neutrale scheidsrechter, maar als een instituut dat historisch is ontstaan om privileges van de bezittende klassen te beschermen. Volgens hem maakt de staat mensen afhankelijk van bureaucratie en dwang, concentreert hij macht in handen van een kleine elite en belemmert hij lokale initiatieven en vrije samenwerking. Deze visie komt nadrukkelijk voort uit zijn observaties bij de boeren en dorpsgemeenschappen op het Russische platteland.
In plaats van een centrale regering stelde Kropotkin zich een netwerk voor van arbeidersverenigingen, landbouwcoöperaties, vrije gemeenten en bijvoorbeeld federaties van regio's. Besluiten zouden zoveel mogelijk lokaal worden genomen. Grotere projecten (bijvoorbeeld spoorwegen of waterbeheer) zouden worden gecoördineerd door vrijwillige federaties, niet door een centrale staat.
2. Gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen
Land, fabrieken, transport, mijnen en andere productiemiddelen zouden gemeenschappelijk eigendom worden. Dat betekent volgens Kropotkin overigens niet dat iedereen precies hetzelfde bezit, maar dat niemand eigenaar is van productiemiddelen waarmee anderen afhankelijk worden gemaakt. Persoonlijke bezittingen (kleding, meubels, boeken) vormden voor hem geen probleem; zijn kritiek richtte zich op productief eigendom.
NB. Ik merk hier op dat dit standpunt afwijkt van de manier waarop de communistische landen hier tot nu toe vaak mee omgegaan zijn. Veel communistische regimes hebben de productiemiddelen tot eigendom van de staat gemaakt en dus van niemand. Kropotkin betoogt dat deze middelen juist gemeenschappelijk bezit zijn. Er is ook immers geen staat die eigenaar van iets kan zijn.
3. Productie naar vermogen, consumptie naar behoefte
Mensen dragen bij naar wat zij kunnen en ontvangen wat zij nodig hebben, zonder loonarbeid als basis van de economie. De economie zou niet langer gericht zijn op het maken van winst. In plaats daarvan produceren mensen wat de gemeenschap daadwerkelijk nodig heeft.
Kropotkin verwierp het idee dat mensen uitsluitend zouden werken wanneer zij daarvoor betaald werden. Hij dacht dat de meeste mensen bereid zijn een bijdrage te leveren wanneer het werk zinvol is, zij invloed hebben op hun werk en niemand wordt uitgebuit. Daarom zou iedereen willen en kunnen bijdragen naar diens mogelijkheden en ontvangen wat nodig is om goed te leven.
Reflectie
Het beeld dat Kropotkin van zijn samenleving schetst is voelt voor mij als een aantrekkelijk ideaal. Ik weet ook dat ik daarin naïef ben. Alle pogingen in de afgelopen 150 jaar rondom marxisme, communisme en socialisme hebben het steeds verloren van het kapitalisme. Ook experimenten op de kleine schaal van leefgemeenschappen, vooral in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw, zijn veelal vruchteloos ten gronde gegaan aan ambitiedrang, eigen belang, jaloezie, machtspelletjes, bondjes, etc; kortom gedoe tussen mensen.
Ik denk dat de drijfveren van de mens (eigenbelang en die dingen) het beste gedijen in een bestel dat we kapitalisme zijn gaan noemen. We lijken als mens daartoe veroordeeld. En ondertussen putten we elkaar uit, samen putten we de aarde uit en als lemmingen zijn we onderweg naar de afgrond. En dat doen we dansend, feestend en met veel vakanties naar waar dan ook, als het maar ver is.
Een belangrijk concept uit de theorie van Kropotkin is het samenwerken op basis van coöperaties, samen eigenaar zijn. Dit concept wint de laatste jaren aan populariteit. De initiatiefnemers worden echter geconfronteerd met veel hobbels, beren op de weg en angels.
Dat zou Kropotkin niet hebben verbaasd. Dit concept werkt alleen als ook aan de andere uitgangspunten is voldaan, zoals het opheffen van de staat, het opheffen van de huidige parlementaire democratie en een fundamentele verandering van produceren (van winst naar behoefte). En niet te vergeten een fundamentele verandering van de houding en het gedrag van ons mensen zelf.
Voor Kropotkin zou het zonneklaar zijn dat dit geklooi met coöperaties niet echt gaat werken; ze zijn immers nog steeds ingebed in de huidige staatsstructuur en binnen het kapitalisme. Nee, om het idee van de coöperatie als weg voorwaarts te laten slagen is een grondige herziening van onze hele samenleving nodig.
We kunnen dit niet vanuit het huidige systeem doen. Het systeem moet eerst tot de grond toe worden afgebroken, hoe eng dat ook is, om vervolgens met nieuwe bouwstenen op te bouwen. Daar zijn mensen met een speciaal karakter voor nodig. Wij zijn dat niet. Ik zeker niet.
De Duitse filosoof Walter Benjamin (1892-1940) had daar een idee over. Hij noemde dat het ‘destructieve karakter’. Benjamin schetst het destructieve karakter als iemand die niet gericht is op bewaren, bezitten of opbouwen, maar op het vrijmaken van ruimte. Vernietiging is voor hem geen doel op zichzelf; zij dient om plaats te maken voor nieuwe mogelijkheden.
Het destructieve karakter leeft zonder gehechtheid aan bestaande instituties, tradities of eigendommen. Waar anderen stabiliteit, continuïteit en erfgoed zien, ziet hij obstakels die een nieuwe toekomst in de weg staan. Daarom breekt hij af, maar zonder nostalgie en zonder utopisch eindbeeld.
Een belangrijk motief is dat het destructieve karakter geen toekomstvisioen bezit. Hij weet niet wat er in de plaats van het oude zal komen. Zijn taak is uitsluitend het opruimen van wat verstard is. Benjamin schrijft dat het destructieve karakter "slechts één leus kent: ruimte maken; slechts één activiteit: opruimen."
Daarom is hij ook niet pessimistisch. Integendeel: zijn vernietigingsdrang komt voort uit een fundamenteel vertrouwen dat er na de afbraak weer mogelijkheden zullen ontstaan. Hij is jong van geest, omdat hij zich niet laat belasten door het verleden.
Ik denk dat we als samenleving heel erg toe zijn aan mensen met een destructief karakter en die vragen hun gang te gaan. En als ze klaar zijn met opruimen kunnen we samen de leving weer opnieuw opbouwen.
Er zijn alleen twee kleine vraagstukken, twee maar:
1. Waar vinden we die destructieve karakters die dit voor ons willen gaan doen?
2. Wat doen wij in de tijd dat zij de winkel afbreken, wat doen we in de tussentijd?
Iemand suggesties?




