Over het voeden van verlangen
Christian Garve onderzoekt in zijn boek 'Über die Moden' (Over de mode) waarom mensen zo gevoelig zijn voor mode en hoe dat dan werkt. Mensen die in groepen leven, stelt Garve, willen in principe zoveel mogelijk op elkaar lijken. Hiermee kunnen ze zich met de groep identificeren. Dit geldt zowel voor de mens die lid van een bepaalde groep wil zijn, als voor de leden van de groep die het betreffende individu als lid van de groep accepteren, of op zijn minst gedogen.
Mensen willen echter niet alleen op elkaar lijken. Ze willen op sommige aspecten juist ook van de groep afwijken, om hiermee te laten zien dat ze een eigen identiteit hebben. Dit op elkaar willen lijken en van elkaar willen afwijken is niet voor alle mensen gelijk; ieder gaat daar anders mee om.
Op de as van 'op anderen willen lijken' en 'van andere willen afwijken', kiest ieder mens een eigen plek kiest waar zhij zich comfortabel voelt. Garve signaleert dat mensen deze plek vaak onbewust innemen. Als filosoof van de verlichting pleit hij ervoor om je van dit mechanisme bewust te worden, zodat je hier verstandelijke keuzes in kan maken.
Het oog is ons belangrijkste zintuig
Ik wil graag iets verder ingaan op dit 'op elkaar willen lijken'. Garve legt in zijn boek een verband tussen de zintuigen, het oproepen van begeerten en verlangens, en de sociale aard van de mens. Hij stelt dat het oog het belangrijkste zintuig is.
Het zien is het zintuig waardoor de mensen elkaar voortdurend kunnen waarnemen. Geluid dat we horen verdwijnt heel snel en is daarna weg. Geuren en smaken zijn heel persoonlijk. Alleen wat we zien, en wat iedereen kan zien, is er permanent en geeft continue via het oog prikkels aan ons brein af.
Dat geldt voor kleding, voor sieraden en voor alle andere uiterlijke tekenen van status. Het geldt ook voor het waarnemen van de manier waarop mensen zich verzorgen, gezichtsuitdrukkingen en houding en gedrag die mensen tonen. Alles gaat via het oog bij ons naar binnen.
Kijken wekt verlangen op
Garve verbindt het zien vervolgens met het begeren. Wanneer wij iets moois zien, ontstaat gemakkelijk de wens om het zelf ook te bezitten of erop te lijken. We gaan het begeren; we willen dat ook hebben/zijn. De begeerte voedt vervolgens ons verlangen. Verlangen is een sterke menselijke emotie, die ons tot handelen aanzet. Verlangen is ook een gevoel niet compleet te zijn zolang we dat (waar we naar verlangen) nog niet hebben. We kunnen ons door het verlangen ook ongelukkig voelen, mislukt zelfs.
Dat geldt niet alleen voor kleding, maar ook voor levensstijl, rijkdom, schoonheid en aanzien. Hij stelt: "We zien wat anderen hebben of zijn, vergelijken onszelf daarmee en ontwikkelen vervolgens verlangens." Voor Garve is dat een heel natuurlijke menselijke eigenschap.
Garve beschrijft hoe mensen ongemerkt elkaars gewoonten overnemen. Niet omdat iemand hen daartoe dwingt, maar omdat het dagelijks zien van anderen langzaam invloed uitoefent op hun eigen voorkeuren en verlangens. Hij merkt zelfs op dat mensen die veel met elkaar omgaan ongemerkt bepaalde eigenaardigheden van elkaar verliezen en op elkaar gaan lijken.
En kijken doet nog meer. Door veel te kijken gaan we dingen steeds mooier vinden; ook dingen die we bij de eerste blik niet mooi vonden of zelfs lelijk. Onze ogen maken de dingen voor ons steeds begeerlijker. Als dit wordt vergezeld van uitspraken van andere mensen die zeggen dat iets mooi of begeerlijk is, wordt ons verlangen alleen maar groter. Het is niet voor niets dat we datgene begeren wat andere begeren. Dat mechanisme was al bij de Klassieke Grieken bekend.
Garve nog steeds actueel
Voor mij is het lezen van het boek een bevestiging dat de observaties en denkbeelden van Garve nog steeds actueel zijn. Tegenwoordig zijn onze ogen bijna voortdurend gericht op schermen. Via Instagram, TikTok, YouTube en reclame zien wij duizenden beelden per dag. Daardoor worden ook onze verlangens voortdurend geprikkeld.
Garves analyse van de mode lijkt bijna een beschrijving van sociale media:
- hoe vaker ik iets zie, hoe normaler ik het ga vinden;
- hoe mooier iets wordt gepresenteerd, hoe sterker mijn verlangen kan worden;
- hoe vaker anderen iets bezitten, hoe groter de kans dat ik het ook wil hebben.
In de moderne gedragswetenschappen spreekt men over visuele prikkels, sociale vergelijking, imitatiegedrag en consumptieverlangen. Garve gebruikt die termen uiteraard niet, maar hij beschrijft wel hetzelfde onderliggende mechanisme al aan het einde van de achttiende eeuw. I
Garve's brede filosofische betekenis
In de tijd van Garve waren psychologie, sociologie en neuro... nog geen formele eigen wetenschappen. In zijn tijd viel dal allemaal onder de filosofie en die filosofie stond in het teken van de Verlichting, het belang van het verstand.
Garve observeert wat begeerte en verlangen met mensen doet. Maar hij veroordeelt het verlangen niet. Integendeel, hij ziet verlangen als een natuurlijk onderdeel van het menselijk leven. Het probleem ontstaat pas wanneer het oog belangrijker wordt dan het oordeel.
Met andere woorden:
- het oog laat mij zien wat aantrekkelijk is;
- mijn verlangen zegt: "dat wil ik ook";
- maar mijn verstand moet uiteindelijk beslissen of dat verlangen verstandig is.
Hierin komt de invloed van de Verlichting op Garves denken naar voren. De mens hoeft zijn verlangens niet te onderdrukken, maar moet ze wel leren beoordelen met zijn rede. De rede moet de gevoelens beteugelen.
Een persoonlijke reflectie (voor wie dit lezen wil)
Ik merk dat de denkbeelden van Garve nog steeds actueel zijn. Hij observeerde immers menselijk gedrag en wilde dat gedrag begrijpen. Garve schreef zijn bevindingen en denkbeelden ook heel makkelijk leesbaar op. Ik heb nagedacht over de belangrijke rol van het kijken in relatie tot verlangen. Ik neem je mee in een korte eigen reflectie.
Ik schrijf graag met vulpennen. Het is iets erger. Ik schijf uitsluitend met vulpennen. Ik heb een passie voor vulpennen. Door de jaren heen heb ik veel vulpennen gekocht. Noem het hobby, noem het verslaving. Ik heb er nu ongeveer 150. Ik heb constant vijf of zes vulpennen bij me om uit te kiezen, wat wil met welke vulpen geschreven worden. De rest zit in pennendozen of weer in zijn originele verpakking.
Ik probeer me te matigen. Dat lukt soms beter, soms minder goed. Begin dit jaar heb ik me voorgenomen geen vulpennen meer te kopen. Ik wil mijn eigen vulpennen een kans geven herontdekt te worden. Twee maanden geleden zag ik op internet de aankondiging van een nieuwe editie uit de Pelikan Art collection; een reeks gebaseerd op ontwerpen van affiches uit de tijd 1900 - 1920. Een tijd die mij qua kunst erg aanspreekt.
Ik heb de eerste editie uit die reeks vorig jaar gekocht. Hij beviel goed; was eigenlijk een beetje te klein voor mijn hand, maar schreef heel fijn. En ja, hij was ook best prijzig. Heb er een tijd mee geschreven, maar zit nu weer terug in zijn doos.
Twee maanden geleden werd de nieuwe editie aangekondigd. Er waren alleen afbeeldingen op internet beschikbaar. Er werd aangeven, vanaf begin mei beschikbaar. Ik heb de afbeeldingen veel bekeken. Daarbij had ik verstandelijk tot mezelf gesproken: 'hij is eigenlijk te klein, te duur en ik vind een doorzichtige dop niet mooi". Ik merkte dat ik niet genoeg had aan de afbeeldingen. Ik wilde graag de online pen-reviews zien.
Begin mei kwam, de lancering bleef uit. Op de websites bleef staan dat de pen begin mei beschikbaar zou zijn. Hij was er niet. Ik merkte dat mijn verlangen om de pen te zien groter werd. Pas in juni kwam de pen beschikbaar. De eerste online-reviews verschenen op internet; nog steeds van Pelikan zelf of van aanbieders.
Het waren korte filmpjes waarin de pen mooi uitgelicht werd, heel erg schitterde en glom. Mijn verlangen groeide. Ik merkte dat mijn begeren en verlangen de strijd aangingen met het verstand. De pen was niet echt te klein, maar prima. De prijs is eigenlijk te hoog, maar hij is ook wel heel erg mooi. De transparante dop was niet zo doorzichtig als eerder gedacht en als ik schrijf haal ik de dop er toch af.
Ik begon argumenten te verzinnen om een aankoop te rechtvaardigen, want de begeerte voelde groot. Het verlangen om deze pen te willen hebben nam met de dag toe. Daarbij voelde ik de behoefte om bijna iedere dag wel een keer naar de beschikbare filmpjes te kijken. Google zorgde ervoor dat bij de zoekopdrachten steeds 'Pelikan' onder de aandacht kwam. De pen werd steeds mooier en mooier.
Toen ik toevallig door de stad Münster reed ben ik nog langs een pennenwinkel gereden om de pen met eigen ogen te bekijken. De winkel had één exemplaar liggen. Die was al verkocht, maar ik mocht hem bekijken. Met het bericht dat iemand anders de pen al gekocht had, werd hij nog mooier voor me.
Op internet verscheen afgelopen week een penreview; door een influencer. Deze persoon gaf aan heel erg blij te zijn met de aankoop; het voelde alsof ze voor zichzelf een cadeau gekocht had. Meteen ging mijn brein op hol; ik begon te rechtvaardigen dat ik ook een cadeau aan mezelf moest kunnen geven. Ik wilde al meteen op zoek naar de inlog van de website waar ik vorig jaar een Pelikan vulpen gekocht had.
Op het laatste moment heb ik me er toch van weten te weerhouden. Ik dacht aan Garve en hoe hij dit mechanisme had beschreven. Ik stelde vast dat het mechanisme dat Garve beschrijft inderdaad ook anno 2026 nog op deze manier werkt, ook voor mij en dat de marketing boys & girls dat ook weten.
Ik probeer nu verstandelijk mijn, door het gevoede verlangen opgebouwde, argumenten voor de aankoop van de pen terug te managen. Dat doe ik door in mezelf het gesprek te voeren dat ik me heb mee laten voeren met dit mechanisme. Dat door de aankoop van die pen, een andere pen waar ik nu mee schrijf weer terug in diens doos moet, wat voor die pen dan weer sneu is, want die wil ook graag schrijven.
Dat doe ik, als ultieme wapen om mezelf te beschermen, door een afbeelding van de pen aan mijn vrouw te laten zien (zij ziet hem voor het eerst) en haar mening te vragen. Zij heeft niets met vulpennen. Ze haalde dan ook haar schouders op, vond de pen niet bijzonder en gaf aan dat ze 'm toch nooit zou zien, want hij zit op mijn kamer in een doos.
Dit voed mij om mijn oorspronkelijke argumenten 'te klein, te duur en te transparant' weer te kunnen bevestigen en die opnieuw in mij te verankeren. Tenslotte houd ik mij vast dat ik op deze manier in mezelf wil experimenteren met het door Garve geschetste mechanisme; in welke mate mijn verstand mijn verlangen kan beteugelen. Ik weet dat ik moet oefenen, dat ik moet leren mennen. Dit is dat oefenen, dat mennen van verlangens.
Ik houd me daarin ook voor - en dat is een extra argument - dat als ik deze pen nu koop, het huidige verlangen ingelost wordt, maar dat er binnenkort weer een nieuwe pen gepromoot wordt, die opnieuw begeerte en verlangen hun werk laten doen. Door deze pen nu niet te kopen, en mezelf toe te staan er naar te mogen blijven verlangen, bescherm ik me op deze manier tegen toekomstige verleidingen.
Om deze laatste noodgreep te rechtvaardigen houd ik mij vast aan een regel uit een gedicht van Tjitske Jansen: "En ik houd zo van verlangen, naar wat zou kunnen als het kon".
En nu genoeg hierover. Bijna dan, het opschrijven en dit op internet met plaatsen helpt ook. Ik wil tenslotte consistent zijn met wat ik zeg, schrijf en doe.




