We zijn allemaal 'mee-weters'
Inleiding
Ik kwam in het boek ‘Wahrheit Vernunft Verantwortung’ (1968) van Georg Picht een heel grappig begrip tegen, het begrip ‘Mitwisser’. In het Nederlands is dit te vertalen als ‘mee-weter’. Het had zomaar de titel van een verhaal van Olie B. Bommel kunnen zijn; De mee-weter.
Het essay van Picht waar dit begrip naar voren komt, gaat over de manier waarop we tot kennis komen, de manier waarop we ons aangeleerd hebben tot weten te komen, en tot waarheid. Het gaat terug tot de oude Grieken, die onze manier van denken gevormd hebben, tot op de dag van vandaag.
In het kort (grote stappen, snel thuis) stelt Picht het volgende. We komen tot weten door actief een denkproces doorlopen te hebben. Het resultaat van dat denkproces levert een positie op met een bepaalde kennis, die zich in ons brein nestelt als een ‘weten’. Daarmee wordt dat weten een soort van feit dat we ook als waarheid bestempelen.
De ‘mee-weter’
Een ‘mee-weter’ neemt kennis van een dergelijk feit, en neemt dat over zonder het denkproces uit te voeren. Met andere woorden; hij neemt het gestelde feit als zoete koek aan, zonder daar zelf over na te hebben gedacht. Een beetje luie manier om tot weten te komen, denk ik zo. Ik krijg de associatie met ‘mee-eter’ dan ook niet uit mijn gedachten.
En dat terwijl een ‘mee-eter’ eigenlijk helemaal niet mee-eet; het is in feite een porie of haarzakje dat verstopt is geraakt door een ophoping van talg en dode huidcellen. Ook een beetje lui begrip dat direct uit het medische woord uit het Latijn vertaald is. In die zin ben ik ook maar gewoon een mee-weter, die klakkeloos aanhaakt op woorden die gangbaar zijn.
Maar met het begrip ‘mee-weten’ zijn we er nog niet helemaal wat Picht betreft. In een ander essay analyseert hij het begrip ‘Verlichting’; de periode dat we als subjecten zijn gaan nadenken, afscheid hebben genomen van de religie als een verzameling dogma’s en de opkomt van de wetenschap als nieuwe religie hebben omarmd (met diens eigen dogma’s).
Wat is Verlichting?
Picht ziet in een aantal uitspraken van de filosoof Immanual Kant de kern van het begrip Verlichting. Kant heeft de door hem gestelde vraag ‘Wat is Verlichting?’ zelf beantwoordt met ‘het uittreden van de mens uit zijn zelfverschuldigde onmondigheid.’
Onmondigheid is hierbij het onvermogen om zich van zijn eigen verstand te bedienen zonder de leiding van een ander. De onmondigheid is zelfverschuldigd wanneer iemand wel in staat is om zelf na te denken, maar daarvoor de moed of vastberadenheid niet heeft, of gewoon te lui is.
Kant zag de mens dus in principe als onmondig, niet zelf nadenkend, laat staan een kritische houding bij dat nadenken. En.. de mens heeft dat aan zichzelf te wijten gehad. Volgens Kant betekent Verlichting dat de mens zelfstandig leert denken, kritisch leert denken, in plaats van blindelings op anderen te vertrouwen.
Aldus Kant, aldus Picht, is de kern van de Verlichting het hebben van een houding waarbij je continu kritisch bent op je eigen denken, je steeds de veronderstellingen en overtuigingen van waaruit je denkt probeert te bevragen, ter discussie probeert te stellen. Het is een hele actieve houding, waarbij je niets voor zoete koek aanneemt.
Picht stelt dat we als mens die kritische houding in het denken, na de geschiedkundige periode van de ‘Verlichting’, na Kant, heel snel hebben verloren. In plaats van het hebben van een actief kritische houding bij het denken, zijn we als mens heel snel weer lui geworden. We voegden ons heel snel in de dogma’s onder de wetenschappen en wat anderen van iets meenden te weten.
Tot slot
En dat doen we nog steeds. Misschien met het gebruik van AI wel weer steeds meer. We verleren het kritisch denken, voor zowel we het al konden. Misschien verleren we het denken als zodanig wel en gaan we een Renaissance in van de donkere Middeleeuwen. En wordt ons verteld dat te zien als vooruitgang. En nemen we dat klakkeloos, gedachteloos aan.
Het lukt ons maar niet ons denken van een kritische houding te blijven voorzien, laat staan die houding te stimuleren. AI verleidt ons zelfverschuldigd tot onmondigheid; tot onmondig te worden voor diegenen die nu nog proberen na te denken en tot onmondig te blijven voor die, die het denken sowieso al hadden opgegeven.
Misschien zijn we eigenlijk al allemaal ‘mee-weters’, allemaal ‘mee-eters’.
Ook ik! Toch? Of niet? Helpt het denken dat tot dit artikel heeft geleid om die kritische houding te blijven oefenen?
En jij? waar stopt jouw mee-weten en begint jouw Verlichting?




